1 op 13 baby's krijgt refluxmedicatie tijdens het eerste levensjaar
Reflux treft ongeveer de helft van alle baby's tijdens de eerste levensmaanden en verdwijnt meestal vanzelf. Uit een recente studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen (met Helan in Vlaanderen) blijkt echter dat ongeveer 1 op de 13 baby’s tijdens het eerste levensjaar minstens één keer refluxmedicatie krijgt. Dit gebruik ligt hoger dan dat van verschillende Europese landen en benadrukt het belang van een kritisch en zorgvuldig gebruik van refluxmedicatie. Behandelingen zonder duidelijk voordeel kunnen baby's onnodig blootstellen aan mogelijke bijwerkingen, zeker bij langdurig gebruik. De Onafhankelijke Ziekenfondsen vragen daarom om ouders beter te informeren over het natuurlijke verloop van reflux en om medicamenteuze behandelingen bij jonge kinderen geregeld te herevalueren.
8 juli 2026

Lichte daling, maar gebruik blijft hoog
Gastro-oesofageale reflux, het terugstromen van melk of maaginhoud naar de slokdarm, komt voor bij ongeveer de helft van de baby's jonger dan drie maanden. Meestal verdwijnt reflux spontaan tegen de leeftijd van één jaar. Alleen wanneer reflux ernstige of aanhoudende klachten veroorzaakt, kan verdere evaluatie en eventueel een behandeling met medicatie, zoals protonpompinhibitoren (PPI's), aangewezen zijn.
Uit de studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen blijkt dat ongeveer één op de dertien kinderen tijdens het eerste levensjaar minstens één keer refluxmedicatie afgeleverd krijgt. Hoewel het gebruik de voorbije jaren licht daalde, blijft het aandeel baby’s dat deze medicatie krijgt relatief hoog: in 2016 kreeg 7,6 procent van de baby's refluxmedicatie, tegenover 7,1 procent in 2024.
Ook in vergelijking met andere Europese landen valt het Belgische gebruik op. Zo kreeg in Noorwegen slechts 1,1% van de pasgeborenen refluxmedicatie tijdens de eerste 11 levensmaanden. Het aantal afleveringen per 1.000 pasgeborenen in België (178 afleveringen refluxmedicatie per 1.000 pasgeborenen) ligt ook hoger dan de beschikbare cijfers uit Denemarken (46,6 voorschriften per 1.000 pasgeborenen) en Zweden (18,9 voorschriften per 1.000 pasgeborenen) en in lijn met de resultaten uit Frankrijk (162 voorschriften per 1.000 <2-jarigen).
Behandeling duurt vaak meerdere maanden
De studie toont ook aan dat het gebruik niet beperkt blijft tot korte behandelingen. Kinderen die de medicatie krijgen, worden er gemiddeld meer dan twee maanden mee behandeld in het eerste levensjaar. Vier op de tien gebruikers nemen ze minstens 2 maanden en bijna één op de vijf minstens 4 maanden.
Bovenstaande berekening van de behandelingsduur is gebaseerd op de standaarddosering voor volwassenen. Omdat jonge kinderen doorgaans lagere dosissen krijgen, is de werkelijke behandelingsduur vermoedelijk nog langer dan deze analyse laat vermoeden.
Protonpompinhibitoren (PPI's) zijn over het algemeen veilige geneesmiddelen maar bij langdurig gebruik kunnen ze het risico op maag- en darminfecties, allergische reacties of astma verhogen, en kunnen ze het evenwicht van de darmflora verstoren.
"Dat één op de dertien baby's refluxmedicatie krijgt tijdens het eerste levensjaar, vaak voor meerdere maanden, en dat er sterke variaties zijn in het gebruik toont ons dat het belangrijk is om deze thematiek op te volgen. Zeker omdat onnodige en lange behandelingen het risico op bijwerkingen verhogen”, zegt Wies Kestens, expert bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen.
Grote verschillen binnen België
De onderzoekers stellen belangrijke verschillen vast tussen de Belgische regio's. In Wallonië krijgt 13 procent van de baby's minstens één keer refluxmedicatie tijdens het eerste levensjaar, tegenover ongeveer 4 procent in Vlaanderen en Brussel.
.jpg)
Ook naar geslacht en sociaaleconomische situatie zijn er verschillen:
- Jongens krijgen vaker medicatie dan meisjes: 8,0% van de jongens krijgt tijdens het eerste levensjaar minstens één keer refluxmedicatie, tegenover 6,2% van de meisjes.
- Ook pasgeborenen uit een gezin zonder verhoogde tegemoetkoming (VT) krijgen deze geneesmiddelen vaker voorgeschreven dan baby’s uit gezinnen met een verhoogde tegemoetkoming (7,3% tegenover 5,3%).
Kinderartsen spelen een sleutelrol
Kinderartsen schrijven ongeveer driekwart van alle eerste voorschriften voor refluxmedicatie uit. De studie toont bovendien een aanzienlijke variatie tussen individuele voorschrijvers. De helft van de kinderartsen schrijft refluxmedicatie voor aan maximaal 1,5% van de kinderen jonger dan één jaar die zij minstens één keer hebben gezien, terwijl een kwart van de kinderartsen de medicatie voorschrijft aan minstens 3,2% van deze jonge patiënten.
Maar de verschillen moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd. Ze kunnen onder meer samenhangen met verschillen in patiëntenpopulatie, de ernst van de klachten of verwijzingspatronen tussen zorgverleners en het feit dat de analyse enkel gebaseerd is op de ledenpopulatie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen.
Correcte informatie helpt onnodige behandeling voorkomen
Voor de Onafhankelijke Ziekenfondsen benadrukken de resultaten vooral het belang van goede informatie voor ouders en zorgverleners en van een zorgvuldige evaluatie van de klachten.
📌De volledige studie via deze link
📌Bekijk onze infographic over het topic
Over de studie
De studie analyseerde terugbetaalde afleveringen van protonpompinhibitoren (PPI’s) bij 21.000-23.000 pasgeborenen tussen 2016 en 2024 binnen de ledenpopulatie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen. Dit aantal komt overeen met ongeveer één op de vijf pasgeborenen in België.